Global Paint Products BV

Verf 2010 kwaliteit

2010_kwaliteit_Global_PaintDoor strengere Europese wetgeving op de hoeveelheid oplosmiddel in verven zijn alle fabrikanten genoodzaakt hun oplosmiddelhoudende producten aan te passen. De traditionele producten mochten tot eind 2009 maximaal 400 g/l oplosmiddel bevatten. De nieuwe generatie (2010) mag nog slechts 300 g/l oplosmiddel bevatten. Om dit te kunnen bereiken is er de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar het aanpassen van bindmiddelen om met een lager gehalte aan oplosmiddel toch een goed verwerkbare verf te verkrijgen.

Belangrijke verschillen ten opzichte van traditionele producten:

Er is gestreefd om de verwerking en eigenschappen van de producten zoveel mogelijk hetzelfde te houden. Omdat de teruggang van 25% oplosmiddel niet eenvoudig is zitten er toch praktisch merkbare verschillen in.

Aandachtspunten en relatief verschil t.o.v. traditionele, oplosmiddelrijke producten:

  • VOS-emissie: Minder
  • Droging, aandroging: Bij normale omstandigheden iets trager
  • Temperatuur, relatieve vochtigheid: Bij aanbrengen iets gevoeliger
  • Laagdiktebereik (droog): Meer
  • Viscositeit: Dunner
  • Kwastweerstand: Gelijk

Hoewel de samenstelling van elke (2010) alkydharsverf uniek is, zijn de belangrijkste eigenschappen van de gedroogde verffilm voor beide productgroepen in hoge mate vergelijkbaar.

Dit geldt o.a. voor de volgende eigenschappen:

  • Glansbehoud
  • Kleurbehoud
  • Elasticiteit
  • Duurzaamheid/Bescherming
  • Waterdampdiffusieweerstand
  • Natte en droge hechting

De nieuwe 2010 producten hebben vergelijkbare verwerkingseigenschappen als traditionele producten. Er zijn een aantal kleine verschillen/misvattingen:

Door het hogere vaste-stofgehalte blijft er meer laagdikte over bij een 2010 product. Dit betekent niet dat er meer natte laagdikte aangebracht moet worden. Bij het aanbrengen van een te hoge laagdikte (> 100 μm natte laagdikte) treedt drogingsvertraging op, is er grote kans op schroeivorming en zal de verf (met name bij binnenkanten van sponningen) sterk zakken.

Wanneer 2010 producten in de voorgeschreven natte laagdikte worden aangebracht zijn er geen problemen te verwachten en zijn de eigenschappen gelijkwaardig aan die van een traditioneel alkydhars product.Tabel_2010

Praktische tips 2010 verven:

  • Breng minder laagdikte aan (tussen 75 μm en 100 μm) dan u gewend bent. Door het hogere vaste stof gehalte blijft er na droging een gelijke laag over.
  • Door een natte laagdikte meter bij de hand te hebben kunt u gevoel ontwikkelen hoeveel verf er wordt opgezet.
  • Gebruik van stuggere kwasten met een fijne bles zorgen voor de juiste laagdikte en een betere vloei.
  • Advies: Beter 2 dunne lagen dan 1 dikke laag.
  • Matteren tussen de laklagen met een schuurpad/mat voorkomt schuurkrassen.
  • Bij te hoge laagdikte zal de droogtijd en doorhardingstijd meer dan evenredig toenemen en is de kans op schroeien of kleven groot.
  • Droogtijden op het etiket zijn bepaald bij 75 µm laagdikte, bij dikkere lagen kunnen deze afwijken en is het mogelijk dat de overschilderbaarheids tijd toeneemt tot meer dan 24 uur.
  • Ondergrond moet voldoende zijn uitgehard alvorens een volgende laag aan te brengen.
  • Een nieuw geopend blik is strijkklaar, verdunnen mag, maar voeg hier dus geen additieven aan toe.
  • Als het blik lang heeft opengestaan kan het zijn dat er oplosmiddel is verdampt, hierdoor kan de verf indikken en hierdoor wordt het moeilijker om dunne lagen te schilderen. In dat geval moet de verf iets worden afgedund met terpentine.
  • Meng geen traditionele producten met nieuwe 2010 producten.
  • Tijdens dagen met een hoge relatieve vochtigheid + op dagen waarop dit te verwachten is, of laat in de middag (mist en condensvorming), raden we aan niet af te lakken. Hiermee wordt eventueel mat slaan en schroeien van de lak voorkomen. Het schilderen van donkere kleuren zijn hier gevoeliger voor